Van 1940 tot 1959:

 

 Ik heb mijn eerste herinneringsjaren doorgebracht aan de Eglantierlaan, op de grens van Antwerpen en Wilrijk. De grote plein , het vroegere schietveld, noemden wij de Wilrijkse plein.

Dat was de tijd, dat we met alle kinderen nog midden op de straat speelden, katteke op den blauwe, visserke mag ik eens overvaren, Antoinette wie heeft den bal,enz... Jongens en meisjes speelden dat allemaal samen. Auto's waren er geen, de melkboer reed met paard en kar, de bakker met een triporteur.

Spelen deden we op de Wilrijkse plein en in de parken Den Brandt en Nachtegale, die maar een straatbreedte van elkaar verwijderd lagen. Ik heb zoveel putten gegraven dat ze later de putten maar te verbinden hadden en ze hadden de ring van Antwerpen. Dit is natuurlijk maar een verwijzing naar het feit dat ik niks anders had dan oude schop van mijn vader als speelgoed. We moesten van de politie onze putten wel telkenmale weer dichtgooien, maar deden we dat dan ook?

Drie gebeurtenissen blijven me altijd bij: Toen er een V-bom viel op de villa De Bruyn. Mijn moeder was hout aan het zagen of brood aan het snijden (het zal wel hout geweest zijn, want brood was schaars) voor een grote raam in ons huis in de Eglantierlaan toen de bom viel. Dat was in vogelvlucht misschien 500 meter. Ik zie de ruit er nog uitvliegen, en door de druk schoof mijn zus onder een kast en ik stond met mijn gezicht vol glasscherven in de hoek van de kamer. Waar mijn twee andere broers waren kan ik mij niet herinnenren, maar om mijn zus onder de kast uit te halen, moesten ze deze opheffen.Maar ze had niks, en de scherven in mijn gezicht zijn alle weggehaald, en ik heb er geen enkel litteken aan overgehouden. Mijn twee broers zijn ongedeerd, dus kan ik stellen dat we heel veel geluk hebben gehad.

Het tweede voorval was toen een soldaat (later wist ik dat het een Duitser was) op het dak achter een schouw aan de overkant zich schuilhield, en beneden een hoop (gewapende) burgers riepen en tierden tegen de man. Deze moet veel angst hebben gehad, want hij kwam niet naar beneden. Toen arriveerde er een jeep met militairen (later bleken het Engelsen te zijn geweest) die gewoon naar boven gingen en de man dwingend sommeerde om zich over te geven. Dat deed hij dan ook en werd door de Engelsen afgevoerd.Later vertelde mijn vader, dat de roepers verzetstrijders waren van het laatste uur, en daarom durfde de man niet naar beneden te komen, uit schrik vermoord te worden.

Het derde voorval ging zo: in 1945, de oorlog was voor ons gedaan, toen mijn oudste broer mij meenam naar de plein, en we van op een bunker naar de Britse tanks keken. Toen die ons zagen, draaiden ze een ereronde voor ons, rond de bunker. Ik dacht dat ik mijn broek deed van de schrik. Wist ik veel dat het een ereronde was, ik was 5 jaar.

Mijn oudste broer speelde baseball op de plein bij de Antwerp Cats, nu zijn dat de Eagles, dat klinkt wat stoerder, maar zo juist na de oorlog had niemand nog interesse in stoerdoenderij, en mijn broer had dus een Walt Disney figuur nagetekend, een kat en dat kenteken kwam dus op de mouw van het baseball uniform. Vandaar de naam.

Een goed jaar later vroegen aan mij en mijn tweede broer (we waren met 3 broers en één zus) of we ook kwamen mee spelen. Dat zagen we echt niet zitten, in dezelfde ploeg als de oudste? Dus Willy ging naar de Antwerp Giants de club van General motors en ik naar Elspor Wurlitzer, de ploeg van de Juke Boxen.

Dus speelden we tegen elkaar, lekker opstandig.

Toen we in de Cliviastraat woonden(we zijn heel veel verhuisd) wou mijn vader een taxibedrijf oprichten, en daartoe kocht hij een eerste auto. Waarom weet ik niet, maar het lukte hem niet. Was de auto te groot? Had hij te weinig of juist te veel avonturiersbloed in de aderen? We zullen het nooit weten, maar ons Hélène vond nog een fotoke uit die tijd.

En zo gingen de jaren voorbij, en op 2 maanden voor mijn 15de kon ik gaan werken. Omdat ik het niet zag zitten om mijn ganse leven als arbeider te moeten zwoegen, ging ik naar de avondschool. Vijf avonden per week en 5 jaar lang. Om dan na al die jaren te vernemen, dat mijn diploma niet kon gehomologeerd worden, omdat ik het 3de jaar lager middelbaar had overgeslagen. Weet ge wat? dat bestond toen nog niet, maar politiekers zijn van nature dom, (daarom gaan ze natuurlijk in de politiek) en dus heb ik mijn hele leven als bijna ongeschoolde doorgebracht. Had ik nu niet het recht om mensen af te rammelen? Of te vermoorden? Dat zeggen de opvoeders en journalisten toch altijd, niet?

Wij speelden regelmatig aan de kapotte villa De bruyn. Liepen over de binnenmuren, waar de gasbuizen omhoogstaken en overal puin lag. Ik ben er nooit afgevallen, maar moest ons moeder dat geweten hebben.....De stad of de gemeente dacht er niet aan, die boel op te ruimen, dat was voor de volgende koper van deze villagrond.

Rond mijn 15de ging ik tijdens de week-ends (zaterdagavond en zondag) op café. Mijn stamkroeg werd de Monico, een klein cafeetje in de Heistraat, waar de bazin, Angel, een knappe dochter had. Gerda, heette ze en was 14 en heeft mij leren jiven. Het is heel lang mijn stamkroeg gebleven. Na elke uitavond, voor ik huiswaarts keerde, ging ik nog een afzakkertje nemen bij Angel.

Meestal ging ik dansen in de Braeckman, een dancing op de hoek van de Heistraat en de Jules Moretuslei. Er waren veel meisjes, maar eentje is me bijgebleven. Ze was er altijd met haar ouders, tzal wel een knappe geweest zijn, maar dat is te lang geleden om me dat nog te herinneren. Maar als men haar ging vragen om te dansen, vroeg iedereen altijd aan pa zijn toestemming, gewoon uit beleefdheid, want het was altijd ja natuurlijk, want daar kwamen we voor.

 

In de Elisabethstraat bijna op de hoek van de Bist, was een kapotte school (tenminste, zo werd dat daar genoemd) gebombardeerd in de oorlog. Er was daar een tuin ontstaan met appel- en perebomen. Maar aanpalend woonde een vent, die het fruit plukte om te verkopen. Mocht natuurlijk niet, want de school was gemeentegrond. En telkens we over het muurke klommen, en hij had ons gezien, zat hij ons achterna met een riek, den abjar. En op een mooie dag, pikten wij dat niet meer, en met een gast of 5 gingen we naar de groentewinkel op de Bist en pikten daar eieren en tomaten. Dan ging het richting abjar, belden aan en toen hij opendeed.......De wraak was zoet als honing. En de flikken haalden hun schouders op, want tenslotte was hij toch maar nen dief, die slechtere bedoelingen had dan wij, want wij aten die appelen of peren gewoon op.

Toen ik veertien jaar en 10 maanden was, was mijn moeder op zoek gegaan naar werk voor mij.En had ze ook gevonden. Bij een zelfstandige die airco maakte, maar ook stalen ramen en deuren. Albert Blessenaer heette de man. Ik begon daar te werken aan 10 frank per uur. In de atelier was geen verwarming in de winter en geen verkoeling in de zomer. Alle dagen van 8 tot 18u. Zaterdag tot 12u. was je ziek, dan verdiende je niks. Er bestond nog geen gewaarborgd loon. En ziekengeld al helemaal niet. Maar er was wel werk genoeg in die tijd, maar ge moest wel werken natuurlijk. Voor komedianten was er geen plaats.

 

Brabo n.v.

Een keer of drie ben ik opgestapt bij den Blessenaer, en toen was het weer van dat, ik weet allengs niet meer waarom. Enfin, bij Brabo werden er verscheidene aktiviteiten uitgevoerd. Ten eerste de invoer en verdeling van kwaliteitsvoeding, zoals champagne en chatka krab. Een tweede was het monteren van tutterfrut kaskes en de derde was het verhuren en verkopen van  Juke Boxen. Ik begon daar bij de montage van de tutterfrut kaskes. Maar algauw werd ik overgeplaats naar de juke boxen. Dat ging daar vlot want al direct wer ik op de proef gesteld. Een oude Wurlitzer die de geest had gegeven. Alhoewel ze de alleeninvoerder waren van Roch-Ola, gingen er soms tweedehands toestellen over de toonbank. Dit was er zo een, en op no time was dit prachtstuk weer up-to-date. Had ik toen geweten hoeveel die dingen nu waard zijn, ik had rijk geweest met die oude bakken op te stapelen in plaats van op stort te gooien. Maar niemand had een glazen bol, en we konden niet in de toekomst kijken. Mijn carriere heeft daar niet lang geduurd, want ik moest naar den troep, maar een kleine anekdote moet ik toch vertellen.  Toen de nieuwste Stereo juke boxen uitkwamen, werd er een grote campagne gevoerd

Het werd een groot succes en op een dag moesten er zoveel toestellen geleverd worden, dat alle ploegen werden uitgestuurd.Vooral in Antwerpen en Limburg werden er tientallen geleverd. Wij dus met een citoen camionet vol met juke-boxen naar de Limburg. Vooral de kroegen in Leopoldsburg hadden veel van die dingen besteld. ja natuurlijk, daar waren veel soldaten cafe's. En overal werd er voldoende getankt. Ik was zo zat als ne Zwitser en tegen 22 uur kwamen we terug aan in de Kronenburgstraat. De twee andere techniekers waren ook goe in de wind, ook de chauffeur, maar ik was nog jong, juist 18 jaar en kon er niet zogoed tegen. Enfin, stel je voor, ze hadden de schuifdeur opengelaten, zodat ik naar hartelust kon kotsen, en daar allemaal touwen voorgespanne, zodat ik er niet uitviel onderweg. En zo kwamen we aan, in de kronenbergstraat. De grote baas stond ons op te wachten, kwaad dat we zo laat waren, en hij niet beter wist, of er was iets gebeurd. ja er was iets gebeurd, we waren blijven plakken bij de grieten van de cafe's, maar dat mochten we niet zeggen. "Awel, tegen mij: gij zijt zo zat als een kanon, zijde ni verlege? Ikke zat, balange ni meneer, das mor e gedacht. hik. En daarmee was dit incident ook weeral gesloten, zonder verdere gevolgen, want we hadden verdomd hard gewerkt ook die dag.

 

 

 

 

 

 

 

 

Continental Air Conditioning

Mijn eerste ontgoogeling liep ik op bij Continental air conditioning. De atelier was gevestigd in de Verlatstraat over het Museum van Schone kunsten op het Zuid (Antwerpen-Zuid) een beruchte omgeving in die tijd. De schoelies van toen huisden daar. Maar daar had ik toen al geen last meer van. Enkele jaren voordien, rond mijn 13de, toen mijn ouders in de Kasteelstraat woonden, moest ik naar de school in dezelfde straat. Daar werd meer gevochten dan geleerd, maar daarover later meer. Ik was weer eens opgestapt bij Albert Blessenaar, omdat de nieuwe meestergast nen opgeblazen koleriek was. Enfin, na enkele weken in de atelier te hebben gewerkt, stuurden zij mij naar de chantier Middelheim. Voor diegenen die onbekend zijn, het Middelheim ziekenhuis ligt tussen het St Augustinus en het UZA. Het is dus een redelijk nieuw hospitaal. Toen ik daar aankwam moest ik mij melden bij de Jan, een ingenieur van Continental. Ik dus op zoek in dit inmens grote gebouw. Algauw had ik de juiste persoon te pakken. De eerste vraag die hij stelde was:"Kunt gij plan lezen?". Ik vond dat een beetje rare vraag, natuurlijk kon ik dat?? "Ah ja " was zijn wederwoord. Ah ja, meneer hoe kan ik anders airco ineensteken? En hij direct een plan gepakt, en de ultieme vraag:" Leg mij eens uit wat er allemaal op dat plan staat". En ik dus braaf het hele plan uit de doeken gedaan. Hij heel verwonderd: "Arrêt gij kunt dat nog ook" Jong, zij hij, dat is goed nieuws, kan ik mij eindelijk  eens met andere belangrijke zaken bezighouden. Hij heeft toen de andere werknemers bijeen getrommeld en mij aan hen voorgesteld, en daarbij vermeld, dat ik vanaf nu de werken ging leiden, en dat ze met hun problemen bij mij moesten zijn. Ik werd daar wel niet voor betaald, maar was wel fier op mijn nieuwe onofficiele functie. Ik was tenslotte nog geen 21. De verstandhouding tussen mij en de Jan was uitstekend, en op een dag vertelde ik hem van mijn Hélène haar probleem. De vrederechter had haar een job aan de hand gedaan bij een notaris. Zij moest daar overdag bureauwerk verrichten en 's avonds op de kinderen passen. Door de problemen met haar stiefvader onzalig, was zij in een uitzichtloze situatie geraakt. Want op een dag was zij ziek, en thuis bij haar grootmoeder in bed. Ik ging het ziekenbriefje afgeven aan mijnheer de notaris en zijn commentaar die hij toen gaf, daar zou de kinderrechten commisaris nu voor naar de rechtbank stappen. Dat was gewoon uitbuiting van een rechteloze. Enfin, hij ging dat wel eens uitspitten of dat wel waar was. Mijn commentaar was keihard, want ik had al  lang geleerd om voor mezelf op te komen, en ik was tankkommandant geweest bij de eilte troepen. Daar moest men zijn problemen allemaal zelf oplossen, dus dat ging als vanzelf. Ik zei dat ik ook eens een klapke ging doen, bij haar huisarts en hem vertellen, dat zijn eerbare universiteitsgenoot hem verdacht van fraude. Daar had meneer niet van terug, maar hij dacht op een andere manier wraak te nemen, omdat hij zijn gratis meid kwijt ging geraken. Hij ging dus contact nemen met de vrederechter, en eens zien wie het laatst lacht. Die vent was gewoon een ordinaire mafia smeerlap. Maar hij kende ons Rikske niet. Ik dus een klapke gedaan met de Jan. En zowaar, hier kwam al direct de oplossing. Zijn vrouw had ook in een dergelijke stuatie gezeten, en zij had hulp gevonden bij twee juffrouwen, die zich over zulke meisjes ontfermden, en die een tehuis hadden opgezet in de Cogels Ossylei te Berchem. Wij daar dus naartoe. Zij vond daar ook hulp, want wij zeiden hen, dat de Jan ons gestuurd had. De ganse uitleg gedaan, en zonder dralen werd zij daar opgenomen. Eerst natuurlijk onder toezicht in het nummer 58. Zij vertelde nadien, dat het een zware uitdaging was. Zomaar de deur toe en daar zat ze, alsof zij een kriminele was. Nu worden de echte kriminelen naar huis gestuurd, wegens de zo belangrijke mensenrechten (om van te kotsen, of kriminelen mensen zijn??) Maar algauw hadden zij door dat zij een normale jonge vrouw was, zonder kapsones. Een telefoontje naar de vrederechter zal ook wel hebben bijgedragen tot de versoepeling van het regime. Eigenlijk was zij gewoon inwonend van dan af in nummer 59 aan de overkant. Zij was daar samen met nog enkele andere meisjes. En toen zij 18 werd, besloot zij alleen te gaan wonen. Men was toen maar volwassen op 21, maar de wet was duidelijk, op je 18de mocht je alleen gaan wonen. Zij dus naar de vrederechter om hem het nieuws te melden. Hij probeerde nog even haar op andere gedachten te brengen, en vroeg van wie dat mocht. En zij heel braafjes:"Van de wet mijnheer de vrederechter". Tja daar had dan weer niks van terug, en twas ok, maar juffrouw past toch goed op jezelf, was zijn wijze raad. "Dat zal geen groot probleem zijn" antwoordde zij, ik woon daar op het Valaar tussen rijkswachters. (Op de Boomsesteenweg juist voor het Valaar was een nieuwe rijkswacht kazerne gebouwd en al die gendarmen woonden in de buurt). Van toen ging het alleen maar bergop.

 

Nu terug naar Continental air Conditioning. Na deze chantier kwam algauw een andere in Gilly bij Charleroi. Een GB in opbouw. Ook daar werd het een happy end. Maar alle werknemers bleven  daar slapen in een pension, bij een zekere Bourg Leopold. Hélène is nog op bezoek geweest. Dat was dus onze eerste nacht samen. En dat bed dat kraakte!! Ge kunt u de commentaar voorstellen bij de andere arbeiders. Zeer hilarisch allemaal. Enfin deze chantier ging ook goed, maar dan kwam de eerste kink in de kabel. Want na deze kwam de volgende plaats. En er waren daar twee meestergasten, die de chantiers leidden, en die weren een beetje pissig, dat zo'n jonge snaak hun plaatske in gevaar ging brengen. Dus toen ik bezig was in Eigenbraken, een zeer precieze opdracht, want dit was een heel bekend mediceinen fabriek. En de temperatuur moest daar nauwgezet vastgesteld kunnen worden. Maar toen ik daar enkele weken bezig was, moest ik bij mijnheer Petit komen, de grote baas van Continental, die mij erop wees dat er klachten waren over mij. Ik zou de werknemers ophitsen, dat zij moesten staken, om 's avond in plaats van één pint, twee moesten eisen bij het eten???? Man man wat een onzin, staken voor een pint. Ik dronk zelf niet eens. Ik voelde al direct waar de nattigheid vandaan kwam, en  vroeg of mijnheer die flauwe kul nu zelf geloofde. Hij moest dat toch wel eens goed onderzoeken, en dus moest ik zolang terug naar de atelier in de Verlatstraat. Mijn antwoord was kort en krachtig. " Bon, als dat zo zit, houd onze samenwerking hierop" zei ik. Hij probeerde nog te sussen, maar hij mocht van mij gelukkig worden met zijn twee oerang oetans. Salu en de kost, en den deze was ribedebie.

Maar er is nog een plezante te vertellen over mr. Petit; Op een keer was ik bezig in een Supermarkt in aanbouw achter de kerk aan het begin van de Bredabaan. Er moest nog een stuk gemaakt worden tussen de aircomachines en de verdeelbuizen. Dit stuk liep niet alleen conisch maar ook nogeens van boven naar onder. Ik had dit op papier gezet en doorgegeven naar de werkplaats. Maar meneer Petit vertrouwde het niet en kwam zelf meten. En toen het stuk aankwam, liep het schuin naar boven i.p.v. naar beneden. Ik belde hem daarover en wat was zijn commentaar:" verdorie ik had het kunnen weten, ik had de verkeerde meter bij". Dacht dus dat alle arbeiders domme kloten waren. Ik heb mijn getekend stuk dan maar besteld. Petit was dus flink in zijn Q gebeten. Eigen schuld dikken bult.