De Rechtbank periode

Ik was met pensioen ( de welverdiende rust, zoals ze ons wijsmaken) en fisieke arbeid ging in de knoken zitten. Ik was toch al 65 jaar, en dus niet meer zo piep. Maar ik voelde mij nog niet "stok", dus wilde ik nog wel  wat doen, en een beetje centen verdienen. En op een dag zat ik bij onze Guy aan de toog, en vertelde aan Gerda, de vaste medewerkster van onze Guy, dat ik niet gemaakt was om thuis in mijne zetel te zitten. En een dame die naast mij zat, die ik overigens niet kende, zei dat ik maar eens een brief moest schrijven naar de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen. Daar zochten ze voortdurend naar bodes, en dat waren allemaal gepensioneerden. De dame in kwestie werkte op de rechtbank, vandaar.

En zo geschiedde. Ik werd dan ook zeer snel uitgenodigd om bij de ondervoorzitter mijn levensloop te vertellen. Dat ik onderofficier ben geweest deed al wel een deurtje opengaan, dat ik daar een veiligheidsdossier had maakte het alleen maar smoother. Hij beloofde mij te bellen, van zodra er een plaatsje was. Een week later hing hij al aan de telefoon of ik kon beginnen. Wanneer? Een december (dat was 3 dagen later) als het even kon. Dat kon, en zo begon mijn carriere bij de rechtbank.

Het begin:

Het was een heel andere wereld waarin ik terechtkwam. I.p.v. officieren , onderofficieren en soldaten, werden het rechters griffiers en bedienden. Het was al snel geweten, dat ik niet te veel ophad met onrecht. Maar aangezien ik de eerste maanden alleen maar vervangingen deed, en dus geen rechters of griffiers kende, hield ik me wijselijk op de achtergrond. Bode zijn had een nadeel, maar elk nadeel heb zen voordeel zei eens een Hollandse voetballer (Cruyf om hem niet te noemen) Ik stond welliswaar op de laagste sport van het systeem, maar ik was ook geen ambtenaar en het zetelende personeel was altijd gerust als de bode er was. Deze man of vrouw staat nergens op een organigram, maar zonder loopt het hele gedoe in de soep. En dus kan er wel eens een zucht van onbegrip af.

Door het systeem van vervangingen, had ik wel geen vaste kamer, maar ik leerde alle geledingen van de rechtsspraak kennen. Van de correctionele over de burgerlijke kamers, zowel als de financiele of de beslagrechter, de jeugdrechtbank en de E.O.T (echtscheiding met onderlinge toestemming).

Zo heb ik geleerd, dat veel wat verkeerd loopt niet de fout is van de rechters maar van het parlement, die soms zulke idiote wetten maken. Door de drukkingsgroepen die de parlementairen onder grote druk zetten en dreigen met hun "mensenrechten" heeft een dader meer rechten dan een slachtoffer.

Maar op een schone dag vroeg de Rik (niet ikke maar de andere Rik) of ik kon vervangen bij de rechtbank van koophandel. Het grote verschil met de anderen, was dat ik alle opgeroepenen moest afroepen, zowel de eiser als de verweerder. Enkel de inleidingen hadden een bode nodig en dus werden het drie kamers  per week en dus drie halve dagen. Van 8 uur tot 13 uur of iets later. Maar het waren nog altijd vervangingen en dus werden het soms 5 halve dagen per week. Zijnde 3 koophandel en 2 B of C kamers.


Gezien het feit dat er veel zaken onder het geheim van de rechtsspraak vallen, kan ik in vele gevallen niet in detail treden, maar enkele zaken kan ik toch wel aan het papier toevertrouwen. Zo was ik eens bode op de jeugdrechtbank, en toen ik de rechtzaal verliet om iemand te zoeken, zag ik een snotneus op een verwarmingselement zitten. Deze zijn daar niet op voorzien en zouden dus beschadigd kunnen worden. Zijn vader (nu ja!) zat ernaast op de bank. Ik riep: " he ventje komt daar eens af". Het ventje keek naar zijn vader met de overtuiging dat die het mij eens goed zou inpeperen. Ik bezag hem en trok één wenkbrouw op. Papa zei dus maar niks en ventje kwam van de chauffage af. Een paar advokaten konden het niet laten en toverden een goedkeurende grimlach op hun gezicht. Niemand lulde over kinderrechten.

Maar de meeste anekdotes heb ik toch overgehouden aan de rechtbank van koophandel. In het oude gebouw zetelde deze rechtbank helemaal boven. De raadkamer was naast de rechtzaal gelegen en had een eigen deur die uitkwam in de gang waar iedereen rondliep. Ook burgers dus die ofwel moesten voorkomen ofwel een zaak wilden bijwonen. En ik hoorde vertellen, dat ze eens de handtas van een rechter hadden gestolen. Ge moet maar durven, binnengaan in een rechterskamer en er een handtas stelen. En dus sloot ik met de sleutel de raadkamer af. De rechter keek een beetje verbaast, maar ik zei dat stelen bij mij niet in mijne woordenboek stond. Amaai zei ze, dat heeft nog niemand voordien gedaan. Ik zei dat ik ook niet iedereen was en veiligheid ging toch boven alles. Allee mijne naam was al gemaakt.

De laatste zitting aan de Britselei:

Zoals ik al zei, ik deed ook nog andere zittingen buiten Koophandel. De allerlaatste zitting in het oude gebouw was er één van de E.O.T (echtscheiding met onderlinge toestemming). Toen de zitting ten einde was, vroeg de fotograaf (vrije journalist) of ik niet efkes wou poseren voor "de laatste doet het licht uit" foto. Ah ja waarom niet, al ben  ik geen mediafreak (ik sta niet zo graag in de gazet of zie niet graag mezelf op TV). En dus werd er een fotoke gemaakt van mij die zogezegd het licht voorgoed doofde. 's Anderendaags stond ik een kwartpagina groot in de nief gazet, met als ondertitel:"De laatste magistraat doet het licht uit". Ik heb de foto uitgeknipt en laten zien aan de voorzitter van de kamer van donderdag, met de bede:"Allee ik ben nu ook magistraat, krijg ik nu opslag, want het staat in de gazet, en gazetten liegen niet,hhhhum. We hebben er eens goed mee gelachen, dus weer een dag positief begonnen.

Kasten te kort:

Stond ik eens te babbelen met een rechter, die kloeg dat er toch wel veel te weinig kasten voorzien waren in het nieuwe paleis. Zei ik tegen hem:"weet ge mijnheer hoe dat ge dat oplost? Nee, wist hij niet zo direct. Awel zei ik dat is simpel, ge huurt u een camionette bij den Dockx in Wilrijk, rijdt met een paar arbeiders naar het oude gebouw op de Britselei, en steekt uwe camionette vol met de nieuwe kasten die er toch maar staan te staan. Maar allee Rik zei hij, ik ben wel een magistraat he, ik kan toch geen kasten gaan pikken. Mijn respons: jamaar meneer, ge pikt ook niks he, ge brengt het van het ene overheidsgebouw naar een ander. dat is ni pikken he, dat is organiseren. Daarbij, zei ik, wie zegt er niet dat er overmorgen ne camionette staat van de ene of de andere politieker, die just hetzelfde doet,maar dan echt pikken,  en dan zijn uw kasten wel ribedebie. Hij heeft het toch maar niet gedaan. Jammer.

Kapstokken:

Nog een klacht was dat er nergens kapstokken voorzien waren. En ne mens moet zijne frak toch ergens aanhangen toch? Dus ik op zoek naar kapstokken. Kwam ik een paar kuisvrouwen tegen, en vroeg of zij nergens kapstokken hadden gezien. (Als er iemand weet waar wat staat, zijn het wel deze dames, want die komen in gans het gebouw) Ah ja zei er een, ik weet een wachtzaal, en die staat vol, en niemand doet daar iets mee. 't Zal wel, niemand weet dat die daar staan. Ben ik samen met de dame met de sleuten naar de zaal gegaan, en heb daar 4 of 5 van die dingen meegenomen(een werkman gevraagd om mee te helpen dragen) en verdeeld over onze raadkamers. En de rechters maar vragen:"Hoe hebt ge dat nu weer geflikt?" Simpel, aan de juiste persoon vragen en goed organiseren.

Zware deuren:

Ik kwam een trap op van de grote zaal naar de B gang, en daar waren heel zware glazen deuren.Stond er een een heel fragiel advokaatje op hoge hakjes voor de deur en trok aan de klink om de deur te openen. De deur bleef ostentatief dicht, en ons friel meesterke schoof gewoon naar de deur toe. We hebben samen staan lachen, en in het vervolg zal ze maar gewone schoenen aandoen met dikke zolen, zodat ze grip op de vloer had. De deuren zijn inderdaad wel heel groot en zwaar.

het concept:

In den beginne op het nieuwe paleis (gemelijk de fritzakskes genaamd) mocht er niks voor de vensters staan, den architekt wou dat niet, dat stoorde zijn concept. hebben we al eens vrouwen geweten, die geen plantje op hun bureau zetten? of op de vensterbank, want op het bureel was meestal geen plaats. Mocht niet! lang heeft dat niet geduurd, want na een tijdje dachten de damen allemaal, dat den architekt den boom in kon, en niemand wist later wie de muiter was die daarmee begon, maar het staat er vol plantjes, en als men weet dat er véél meer vrouwen dan mannen werken, dan weet ge het wel zeker.

Electrische leidingen:

Koffie maken met een machine of een snelkoker mocht ook niet, daar waren de leidingen niet op voorzien, zei iemand van de veiligheid( ik noem hier echt geen namen, want dit had echt gene naam) Ik vroeg haar of ze iets van elentriek kende. neje natuurlijk niet. Awel  een goede raad, gaf ik haar mee, nooit moeien met iets waar ge geen fluit vanaf weet. Eerst uwen antenne uitsteken naar de elektrieker van het paleis. Heeft ze dus blijkbaar gedaan, want ik heb daar niks meer over gehoord.(De goei ziel is met pensioen)


Oorringen:

De plaatsen van de rechter en wij was als volgt: in de midden zat de voorzitter, in ons geval mevrouw de voorzitter. Links van haar zat een handelsrechter, daarnaast de griffier en dan ik; Aan haar rechterzijde zat de tweede handelsrechter en daarnaast eventueel de procureur. En op een keer, een advocaat was aan het pleiten, taste ze aan haar rechteroor, het zal gejeukt hebben, en dan plots verbrouwereerd aan haar andere oor. Wenkbrouwen even in de hoogte, maar ze zei niks natuurlijk, zo midden in een zitting, en ze ging door met de advocaat. Toen we een tijd later in de raadkamer waren, zei ze heel verontwaardigd:" Jullie zijn toch nogal mannen he. Kunnen jullie niet zeggen dat ik maar één oorbel in heb? En ik met mijn groot b......s replikeer daarop:" awel mevrouw ik dacht nog zo: amaai ze heeft mooie oorbellen in. De oudste handelsrechter, ook een echte Antwerpenaar natuurlijk die dus aan haar rechterkant zat pikt daar op in en zei: ja en ik dacht arrè ze heeft vandaag geen oorbellen in. Antwoord van mevrouw de voorzitter:" mannen he, allemaal dezelfde.